Anatomie van de Longen

De longen zijn organen die zich bevinden in de borstholte en die instaan voor de uitwisseling van gassen (zuurstof en koostofdioxide) tussen het bloed en de lucht.

We hebben 2 longen: de linkerlong is iets kleiner dan de rechterlong omdat het hart eerder aan de linkerkant van de borstkas zit.

Bij het inademen passeert de lucht langs de neus of de mond via de keel over de larynx (strottenhoofd) naar de trachea (luchtpijp). De trachea splits in een linker en een rechter primaire bronchus: de luchtwegen die in de longen dringen. Binnen in de longen vertakken deze luchtwegen zich enorm snel. De grote luchtwegen (trachea en bronchi) zijn omgeven door een stevige kraakbenige ring. De kleinere luchtwegen (bronchioli) hebben deze stevige ring niet meer.

longen

Uiteindelijk eindigen de vertakkingen in één van de ongeveer 500 miljoen luchtzakjes of alveoli. Het is in deze alveoli dat de gasuitwisseling tussen de ingeademde lucht en het bloed plaatsvindt. De alveoli komen in clusters gegroepeerd voor in een framboosvormige structuur die men de alveolaire zakjes noemt. Als men alle alveoli van een volwassen mens zou openspreiden en naast elkaar leggen zou men een half tennisveld kunnen bedekken.

Longfunctie

Tijdens het inademenen wordt de borstkas groter gemaakt door de werking van de ademhalingsspieren die de ribben opentrekken en het diafragma (middenrif) omlaag trekt. De inhoud van de borstkas wordt groter en de longen - die zeer elastisch zijn - zetten uit. Buitenlucht wordt naar binnen gezogen door de negatieve druk die zo in de longen ontwikkeld wordt.

Bij het uitademen gebeurt net het omgekeerde: de borstkas wordt kleiner en drukt de longen samen: lucht stroomt naar buiten.

Ook tussen en in de wand van de alveoli zitten elastische vezels, zodat de luchtzakjes ook opentrokken worden door de inademing en terug kleiner worden door uit te ademen.

Elke alveolus is afgelijnd door zeer dunne cellen en omgeven door een netwerk van capillairen: zeer kleine en dunne bloedvaatjes. De uitwisseling van zuurstof uit de longen naar het zuurstofarme bloed vindt hier plaats. Vanuit het bloed wordt het koolstofdioxide terug afgegeven in de longen om uitgeademd te worden.